Gemeentes kunnen optreden tegen bewust verwaarlozen monument

De rechtbank van Roermond heeft in haar uitspraak betreffende het slopen van delen van het voormalig klooster Sankt Ludwig (rijksmonument) in de gemeente Roerdalen impliciet gewezen op de mogelijkheid om op grond van de monumentenwet 1988 op te treden tegen het bewust verwaarlozen van een beschermd monument.

De Rechtbank oordeelt dat artikel 11, tweede lid, onder b, van de Monumentenwet 1988 wel degelijk voldoende basis biedt om handhavend op te treden tegen het passief verwaarlozen van een monument. De Rechtbank baseert dit op een passage in de Memorie van Antwoord bij de Monumentenwet 1988, waaruit blijkt dat dit ook de bedoeling van de wetgever is geweest.

De eigenaar van Sankt Ludwig heeft tegen de uitspraak van de rechtbank van Roermond hoger beroep aangetekend. Op 1 februari 2012 heeft de Raad van State in dezen uitspraak gedaan. Het beroep van de eigenaar is ongegrond verklaard. Voor de uitspraak van de Raad van State klik hier.

Deze uitspraak is vooral ook van belang voor gemeentes omdat zij belast zijn met handhaving van gebouwde monumenten en voor hen onduidelijk was of zij op grond van de Monumentenwet 1988 konden optreden tegen bewuste verwaarlozing. Ook nu het artikel uit de Monumentenwet 1988 waar het hier om gaat inmiddels is opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 2.1) blijft deze uitspraak van belang.