Stelsel of lappendeken

Onderzoek naar de uitvoering van gemeentelijke monumentenzorgtaak

Stelsel of lappendeken

In januari 2018 is het onderzoeksrapport verschenen van BMC Advies naar de gemeentelijke taakvervulling op het gebied van de boven- en ondergrondse monumentenzorg. Dit onderzoek in de vorm van een quickscan is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW.

Onderzoek

Het onderzoek is eind 2017 uitgevoerd aan de hand van vraaggesprekken met vertegenwoordigers van diverse belanghebbende organisaties, waaronder de Erfgoedinspectie, RCE, Erfgoedvereniging Heemschut, Vakgroep Restauratie en landelijke monumentenorganisaties. Acht thema’s die in het kader van de gemeentelijke monumentenzorg een rol spelen zijn onderzocht: (a) kennis, (b) beleid, (c) vergunningverlening, (d) onderzoek, (e) toezicht, (f) handhaving, (g) borging van archeologische waarden en (h) borging cultuurhistorische waarden beschermde gezichten en (i) kwaliteitszorg.

Bevindingen 

Hieronder een aantal opmerkelijke bevindingen die in het rapport staan vermeld:

  • De monumentenzorg op lokaal niveau kent vele facetten. De ervaring is dat doordat de betrokkenen bij de diverse aspecten elkaar amper spreken, er weinig uitwisseling is en er niet samen aan iets kan worden gewerkt. Diverse geïnterviewden spreken van ‘een permanente storing in de communicatie’.
  • Het ontbreekt in toenemende mate aan een gemeenschappelijke visie binnen gemeenten op wat er op het gebied van erfgoed passend is. Een bijproduct hiervan is dat ook een visie op bepaalde categorieën van monumenten ontbreekt. Een en ander wordt door alle betrokkenen ervaren als een groot gemis, ook al is het hebben van een visie geen wettelijke taak van gemeenten.
  • Er bestaat zorg over wat wordt gezien als een trend, namelijk om de RUD’s in toenemende mate in te schakelen voor de vergunningverlening; een effect is dat de samenhang in beleid (nog) verder wordt verstoord.
  • De rol van de provincies en de steunpunten wordt alom gewaardeerd. Gewenst wordt dat hun rol groter zou zijn.
  • Er is in toenemende mate behoefte aan het organiseren van persoonlijk contact tussen initiatiefnemers (vergunningaanvragers) en beoordelende actoren om ‘aan de voorkant’ met elkaar te bespreken wat er gezien de monumentale waarden bij een bouwkundige ingreep mogelijk en wenselijk is.
  • Het gemeentelijk toezicht (een wettelijke taak) is ‘een drama’. Het krijgt geen prioriteit, gebeurt ondeskundig en vaak pas nadat een restauratie of opgraving is afgerond. De betrokkenheid van de RUD’s heeft de situatie verslechterd. Vastgesteld wordt dat er in Nederland nog amper toezichthouders op het werk rondlopen.

De geïnterviewden maken zich vooral zorgen over een dalend niveau van kennis en deskundigheid bij gemeenten, een gebrek aan capaciteit (fte) en een versnippering van aandacht. Bijna alle geïnterviewden melden daarbij dat zij de indruk hebben dat de situatie bij gemeenten de afgelopen jaren is verslechterd.

Het hele rapport is hier te vinden.