Archeologie

Archeologieverordening

De archeologieverordening, als bedoeld in artikel 38 van de Monumentenwet 1988, kan slechts bedoeld zijn als ‘interim bescherming’ voor die gebieden, waarvoor nog geen bestemmingsplan geldt waarin het archeologisch erfgoed is beschermd. Deze overgangssituatie dient echter te eindigen op het moment dat een nieuw bestemmingsplan van kracht wordt waarin de bescherming een volwaardige plaats inneemt. De archeologieverordening kan dan enkel blijven bestaan voor zover deze niet in strijd is met een bestemmingsplan en er een aanvulling op vormt. Het opstellen van een archeologieverordening ontslaat de gemeente dus niet van de verplichting om archeologie conform artikel 38a van de Monumentenwet 1988 integraal te betrekken bij de vaststelling van een bestemmingsplan, maar voorziet slechts in een aanvulling op een bestemmingsplan en/of in een overgangssituatie in afwachting van een beschermend bestemmingsplan (zie Kamerstuk 29 259, Onderdeel B).

Wet op de archeologische monumentenzorg

In het kader van een Europese ontwikkeling met betrekking tot bescherming, behoud en beheer van archeologisch erfgoed heeft Nederland beloofd het Verdrag van Valletta te steunen. Op 1 september 2007 is daartoe de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. Tevens zijn verantwoordelijkheden binnen de diverse overheden in Nederland gewijzigd. Dit houdt onder meer in dat gemeenten een grotere verantwoordelijkheid hebben gekregen voor behoud en beheer van archeologisch erfgoed binnen hun grondgebied. Gemeenten zijn als ‘bevoegd gezag’ veelal het eerste aanspreekpunt.

Voor veel gemeenten is archeologie echter onbekend terrein. Uit reacties is ons duidelijk geworden dat met name behoefte bestaat aan onafhankelijke beleidsmatige ondersteuning. Daarom heeft het Monumentenhuis Brabant zijn dienstenpakket voor gemeenten uitgebreid met advisering op het gebied van archeologisch onderzoek. Het Monumentenhuis Brabant kan u van dienst zijn bij de beoordeling van onderzoeksrapporten, Programma’s van Eisen en toetsing van offertes.


 

Archeologische verwachtingskaarten en beleidsadvieskaarten

Samen met cultuurhistorische waarden zijn archeologische waarden vaak belangrijk om te behouden. Ontwikkeling van een eigen gemeentelijk archeologiebeleid is daarom wenselijk. Dan is het belangrijk om deze waarden te kennen, of te weten waar ze te verwachten zijn. Om de gemeentelijke archeologische waarden in beeld te brengen vormt de archeologische verwachtingskaart een verfijnd instrument. Dit maakt het mogelijk archeologie al in de vroegste fase van planvorming op te nemen. Daardoor kunnen negatieve aspecten als vertraging in de planontwikkeling en extra kosten ten gevolge van onvoorzien onderzoek veelal worden vermeden.

Een archeologische verwachtingskaart is slechts een eerste stap naar een gemeentelijk archeologiebeleid. Uiteraard is communicatie over het beleid, zowel binnen het gemeentelijk apparaat als naar de burgers toe, van groot belang. In een archeologische beleidsnota worden daarom de beleidsuitgangspunten ‘vertaald’ naar uitvoerbare en werkbare gemeentelijke richtlijnen. Naast de verwachtingskaart en de beleidsnota dient tevens een archeologische beleidsadvieskaart te worden opgesteld.

Ook advisering ten aanzien van beleidsontwikkeling kan het Monumentenhuis Brabant voor u verzorgen. Voor nadere informatie kunt u onze gratis helpdesk raadplegen. Onze archeoloog, Anne-Marie Visser, zal uw vragen graag beantwoorden. (am.visser@monumentenhuisbrabant.nl)

Eigenaren, beheerders en gebruikers van archeologische (rijks)monumenten kunnen veel nuttige informatie vinden In de brochure “Archeologische monumenten”. Daarin onder meer tips voor bescherming en beheer, subsidiemogelijkheden en de vergunningprocedure. De brochure is uitgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

 Bijgevoegd de brochure