Industrieel erfgoed in Noord-Brabant

Industrieel erfgoed heeft een belangrijke rol gespeeld voor de ontwikkeling van Brabant. Vanaf circa 1860 werden overal in Brabant nieuwe bedrijven en bedrijfstakken gevestigd. Veel Brabantse plaatsen groeiden hierdoor uit tot grote steden. Tilburg en Helmond zijn gegroeid dankzij de textielindustrie en Eindhoven werd groot dankzij de gloeilampenfabrieken van Philips. De industrialisatie heeft zich tot in de jaren zestig van de vorige eeuw kunnen handhaven. Door veranderende productieprocessen, schaalvergroting en de opheffing van belemmeringen in het wereldhandelsverkeer, de komst van de E.E.G.  en de concurrentie met de zogenoemde lage lonen landen vond er langzamerhand een verandering plaats in Nederland, waardoor de nadruk niet meer lag op industriële productie. Hierdoor verdween een groot aantal traditionele bedrijven of bedrijfstakken. Toch zijn er nog vele sporen van het industriële verleden van Brabant zichtbaar.
 
Belang industrieel erfgoed
De nog resterende fabrieken en bedrijventerreinen vormen een fysieke herinnering aan het industriële verleden van Brabant en vertegenwoordigen een grote cultuurhistorische waarde. Het in industrieel erfgoed maakt wezenlijk onderdeel uit van de Brabantse geschiedenis. Om het belang van industrieel erfgoed te onderstrepen en om te voorkomen dat er veel gebouwen verloren gaan, wil het Monumentenhuis aandacht schenken aan deze categorie monumenten.
Definitie industrieel  erfgoed
De term industrieel erfgoed kent geen eenduidige definitie. In de praktijk is het een verzamelnaam waaronder een aantal uiteenlopende objecten kan worden samengevat. Om te bepalen wat wel en niet tot industrieel erfgoed wordt gerekend heeft het Monumentenhuis een definitie gemaakt. Op onze website ligt de nadruk op de periode 1860-1965; de periode waarin Brabant een belangrijke industriële betekenis had. Tot het industrieel erfgoed behoren allereerst de fabrieken en fabriekscomplexen waar grondstoffen en half- of eindproducten werden samengesteld. Op een fabrieksterrein stonden vaak nog meer objecten zoals fabrieksschoorstenen, ketelhuizen, opslagloodsen en kantoorgebouwen. Ook deze gebouwen horen tot het industrieel erfgoed.
Andere belangrijke onderdelen van het industrieel erfgoed zijn weg- en waterbouwkundige werken, nutsbedrijven en werken in de transportsector. Vanaf halverwege de negentiende eeuw werden door de overheid bedrijven van algemeen nut opgericht om de voorziening van goederen en diensten veilig te stellen. Voorbeelden zijn elektriciteitscentrales, watertorens, wegen en spoorlijnen.
 
Arbeiderswijken
Sommige fabrikanten lieten woningen voor hun eigen werknemers bouwen. Zo liet de schoenenfabriek Bata het Batadorp bij Best bouwen. In Eindhoven werd voor de werknemers van Philips de woonwijk Philipsdorp gebouwd. Omdat deze arbeiderswijken rechtstreeks verbonden zijn met het industriële verleden, worden ze ook tot het industrieel erfgoed gerekend. Het inventariseren van het aantal arbeiderswijken vergt tijd, daarom is deze categorie nog niet op de website opgenomen.
 
Monumenten Inventarisatie Project
Het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) was een landelijk inventarisatieproject dat tussen 1986 en 1995 werd uitgevoerd om de jonge monumenten uit de periode 1850-1940 in beeld te brengen. Per gemeente werden alle waardevolle gebouwen en objecten in woord en beeld beschreven en gewaardeerd. Een aantal van deze gebouwen is aangewezen als rijksmonument of gemeentelijk monument. Een ander gedeelte heeft nooit een monumentenstatus gekregen. Deze gebouwen zijn dus, hoewel ze van cultuurhistorische waarde zijn, niet beschermd.
Het MIP – Noord-Brabant komt tot een aantal van 1755 objecten, die gerekend worden tot het industrieel erfgoed; dit is inclusief een aantal complexen met arbeiderswoningen. Van het industrieel erfgoed volgens de MIP-inventarisatie is per gemeente een totaaltelling gemaakt. Klik  hier voor het overzicht.
Onderzoek provincie
In 2009 heeft de provincie een inventarisatie laten uitvoeren onder alle Brabantse gemeenten naar het potentieel aan industrieel erfgoed dat mogelijk in aanmerking komt voor restauratie of herbestemming.  Van de 68 Brabantse gemeenten die benaderd zijn met een vragenlijst, hebben er 36 gereageerd. De uitkomsten geven inzicht in de behoefte aan restauratie en herbestemming van industrieel erfgoed in Brabant. Uit de inventarisatie blijkt dat 16 gemeenten samen 60 concrete projecten hebben waarbij behoefte is aan herbestemming en/of restauratie.
 
Rijksmonumenten
Omdat het inventariseren van al het Brabantse industriële erfgoed een omvangrijke klus is, is er in eerste instantie alleen een overzicht gemaakt van industriële complexen en objecten met een rijksmonumentale status. Volgens het Monumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed telt Brabant 6051 rijksmonumenten. Volgens bovenstaande definitie behoren daarvan 283objecten tot de categorie industrieel erfgoed (zie onderstaand schema). 144objecten hiervan bestaan uit fabriekspanden, productiehallen, kantoren of opslaggebouwen. Deze objecten kunnen ook deel uitmaken van een groter complex. Het textielbedrijf Vlisco uit Helmond heeft bijvoorbeeld meerdere monumentale gebouwen op haar terrein staan: van een fabrieksgebouw en een drukkerij  tot een fabrieksschoorsteen. Naast deze categorie zijn er nog 32objecten in de categorie nutsbedrijven, 82 weg- en waterbouwkundige werken en20 objecten in de categorie transport.
 
Voor een overzicht van het rijksmonumentale industriële erfgoed in Noord-Brabant

Klik hier.