Watermolens

Noord Brabant is één van de vier Nederlandse provincies waar watermolens van oudsher deel uitmaken van het cultuurlandschap. De andere provincies zijn Limburg, Gelderland en Overijssel.

De watergedreven molens zijn ouder dan de windmolens. De oudste bronvermelding gaat terug tot 965 (het betreft de voormalige Kaarschotse molen in Rijsbergen). De oudste nu nog bestaande is de Hooijdonkse watermolen in Nuenen, die van ca. 1150 dateert.

Uit onderzoek is gebleken dat er in ieder geval 83 watermolens in Noord-Brabant zijn geweest. Momenteel zijn er nog tien daarvan over. Deze staan in:
Bernheze : de Kildonkse watermolen
Eindhoven : de Collse watermolen; de Genneper watermolen
Nuenen : de Hooidonkse watermolen; de Opwettense watermolen
Oirschot : de Spoordonkse watermolen
Sint Anthonis : de Oploose watermolen
Valkenswaard : de Dommelse watermolen; de Venbergse watermolen
Waalre : de Volmolen

Op de onderstaande foto is de; de gecombineerde wind- en watermolen van Kilsdonk weergegeven.

De gecombineerde wind- en watermolen van Kilsdonk.

Type Watermolen

Een watermolen kan alleen functioneren als er stromend water is, dat via een waterrad het molenwerk aandrijft. Er zijn meerdere typen, maar in Noord-Brabant komt alleen het type “onderslagmolen” voor .

Onderslagslagmolen: Het water wordt op gestuwd en via een verticaal beweegbare schuif tegen gehouden. Door de schuif op te tillen stroomt het water onder de schuif door langs de onderzijde van het waterrad, dat vervolgens in beweging komt.

Werking van een onderslagmolen:

Werking van een onderslagmolen

Biotoop Watermolens

Om een watermolen te kunnen oprichten moest er natuurlijk voldoende stromend water zijn. Bij de riviertjes Aa, Dommel en, Mark en enkele zijrivieren van de Maas in het land van Cuijk was dat veelal geen probleem. In de zijbeken was de watertoevoer niet altijd toereikend om het waterrad gedurende langere tijd te kunnen laten draaien. Een mogelijkheid om dit probleem te ondervangen was door het creëren van een waterbuffer door middel van het opstuwen van water.

Andere belangrijke condities waaraan een locatie voor een watermolen moest voldoen waren: er moesten voldoende mensen in de buurt wonen, zodat er ook klandizie was; de molen moest – met paard en wagen – bereikbaar zijn.

Functie

De Brabantse watermolens waren voor verschillende doeleinden in gebruik. De meest voorkomende was het malen van graan, maar ook het malen van oliehoudende zaden kwam veelvuldig voor. Het was niet ongewoon dat een watermolen meerdere functies had. Van 2 watermolens is bekend dat zij niet minder dan 7 functies hadden.

De 83 Brabantse watermolens waren in functie als:

– Korenmolen: 68x
– Olieslagmolen: 41x
– Volmolen: 23x( voor het vervilten van wollen stof)
– Schorsmolen: 18X (voor het vermalen van eikschors t.b.v. leerlooijen)
– Pelmolen 6x ( voor het ontdoen van vliesjes van de graankorrels)
– Houtzaagmolen 3x
– IJzermolen: 2x(voor het aandrijven van blaasbalgen)
– Papiermolen: 2x (voor het vervaardigen van papier uit lompen)
– Elektriciteit opwekken: 2x
– Snuifmolen 1x(voor het maken van tabakbladen t.b.v. snuiftabak)

Literatuur

Ir. Piet-Hein van Halder, Watermolens in Noord-Brabant, vroeger en nu (’s-Hertogenbosch 2010) ISBN 978-90-9025450-0