Rijksoverheid: Brim

De subsidieregeling voor rijksmonumenten is gebaseerd op het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (BRIM). Per 1 januari 2013 is een wijziging van het Brim in werking getreden. Voor 2016 is de regeling ongewijzigd gebleven. De belangrijkste bepalingen zijn:
  • Eigenaren kunnen van 1 februari tot en met 31 maart 2016, bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hun aanvraag indienen.
  • Elke eigenaar moet voortaan 50% van de onderhoudskosten uit eigen middelen betalen
  • Er wordt uitgegaan van de herbouwwaarde van het monument. De herbouwwaarde is te vinden op de polis of de offerte van de verzekeraar.In beginsel wordt er van uitgegaan dat een investering van 0,5% van de herbouwwaarde per jaar voldoende is voor sober onderhoud. Over de periode van een zesjarig onderhoudsplan is dat 3%. De eigenaar betaalt dan de helft zelf. De onderhoudssubsidie bedraagt dus maximaal 1,5% van de herbouwwaarde.
  • Het kan zijn dat alle subsidievragen het budget overstijgen. Eigenaren van rijksmonumenten die tot het Werelderfgoed behoren, en door de minister aangewezen professionele organisaties voor monumentenbehoud krijgen dan voorrang. Het overige budget wordt verdeeld over grotere en kleinere monumenten.
  • Overstijgt de totale subsidievraag het beschikbare budget, dan krijgen aanvragen met de laagste totale begrote kosten voorrang.
  • Omdat monumentale kerken veel onderhoud vergen, gaat hier elk jaar een groot deel van het subsidiebudget naartoe. Vanaf 2013 gaat er subsidie naar kerken die in de zesjarige onderhoudsperiode bestendig in gebruik zijn – voor religieuze of andere functies.
  • Er is een afzonderlijk budget beschikbaar voor archeologische monumenten (0,8 miljoen euro) en voor groene monumenten (5 miljoen euro). Voor deze categorieën geldt geen maximaal subsidiebedrag.
Financiële  ondersteuning voor rijksmonumenten
Eigenaar (geen POM (professionele organisatie voor monumentenbehoud), geen decentrale overheid)
Woonhuis: Restauratiefonds-hypotheek
Ander monument: Keuze uit

  • of Brim-subsidie
  • of, bij leningbedrag <300.000 euro,                 de Restauratiefonds-hypotheek
  • of, bij leningbedrag >300.000 euro, de Restauratiefondsplus-hypotheek.
Aangewezen organisatie voor monumentenbehoud (POM)
Woonhuis: Keuze uit:

  • of Brim-subsidie
  • of de restauratiefonds-hypotheek
Ander monument: Keuze uit:

  • of Brim-subsidie
  • of, bij leningbedrag <300.000 euro, de Restauratiefonds-hypotheek
  • of, bij leningbedrag >300.000 euro,
  • de Restauratiefondsplus-hypotheek*
Decentrale overheid
Alle monumenten: Subsidie

* Als uitgangspunt geldt dat er sprake is van een Restauratiefondsplus-hypotheek, oftewel dat de geldlening wordt verstrekt met als zekerheid een recht van hypotheek op het te financieren onderpand. Een professionele organisatie voor monumentbehoud (POM) kan in afwijking van dit uitgangspunt echter verzoeken de Restauratiefondsplus-hypotheek door het Restauratiefonds te laten achterstellen. Als het Restauratiefonds hiermee akkoord gaat, wordt voor deze specifieke partijen geen hypothecaire inschrijving gevestigd en wordt de financiering Restauratiefondspluslening genoemd.

Voor aanvullende informatie klik hier http://www.cultureelerfgoed.nl/monumenten/subsidies/instandhouding

Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten
Leegstand en herbestemming zijn op dit moment maatschappelijk zeer actuele onderwerpen. Zo blijkt uit recente onderzoeken dat ruim 70 miljoen m2 kantoorruimte leeg staat. Ook het aantal leegkomende monumentenale gebouwen groeit gestaag: elke dag 1 boerderij, elke week 2 kerken en elke maand 1 klooster. Als een monumenten leeg staat, wordt het vaak niet of minder goed onderhouden met als gevolg verval van het gebouw en verlies van monumentale kwaliteiten. Het zoeken naar een nieuwe functie voor de vele honderden cultuurhistorisch waardevolle gebouwen die leegkomen, is dé uitdaging voor de komende tijd. De Subsidieregeling stimulering herbestemming momumenten bevorderd een duurzaam gebruik van monumenten. De regeling kent 2 sporen:
1) Een bijdrage regeling om de haalbaarheid van een herbestemming te onderzoeken. De subsidie bedraagt 70% van de kosten van het onderzoek, waarbij het onderzoek tenminste 10.000 euro dient te bedragen en ten hoogste 25.000 euro.
2) Het wind -en waterdicht houden van het monument. De subsidie kan maximaal 70% van de subsidiabele kosten bedragen, waarbij de subsidiabele kosten tenminste 10.000 euro en ten hoogste 25.000 euro kunnen zijn.
Het bijzondere is dat deze subsidieregeling niet alleen voor rijksmonumentale objecten geldt, maar ook voor gemeentelijke monumenten en zelf voor karakteristieke gebouwen zonder officiële monumentenstatus. In 2016 kan er tussen 1 oktober en 30 november 2016 een subsidieaanvraag worden ingediend. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met h.gunter@monumentenhuisbrabant.nl