Planoverleg

Het Monumentenhuis Brabant biedt in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de provincie Noord-Brabant de mogelijkheid om ingrijpende restauratie- en herbestemmingsplannen voor rijksmonumenten vroegtijdig te bespreken. Het ‘Planoverleg’ is speciaal bedoeld voor gemeenten, architecten en monumenteigenaren met als doel de kwaliteit van het plan te verbeteren en eventuele knelpunten vroegtijdig te signaleren.

Vanwege de grote belangstelling voor het ‘Planoverleg’ is besloten de dienstverlening uit te breiden en het overleg twee keer per maand te laten plaatsvinden. Afwisselend vindt het Planoverleg in het Monumentenhuis (Markt 9 in Geertruidenberg) en Den Bosch (provinciehuis) plaats. Bijgevoegd treft u het vergaderschema voor 2020 aan.

Het is ook mogelijk dat er op locatie wordt vergaderd. Op de website van het Monumentenhuis Brabant staat dit steeds aangegeven. Indien u het ‘Planoverleg’ wilt bezoeken, graag minimaal één week van tevoren contact opnemen met m.dejong@monumentenhuisbrabant.nl.

West-Brabant Oost-Brabant
21 januari
28 januari
11 februari
25 februari
10 maart
24 maart
7 april
21 april
12 mei
26 mei
9 juni
23 juni
7 juli
25 augustus
8 september
22 september
6 oktober
27 oktober
10 november
24 november
8 december
22 december
12 januari 2021
26 januari 2021

Gemeentelijke kerkenvisie

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt de komende drie jaar ca. 3 miljoen euro per jaar beschikbaar voor het opstellen van integrale gemeentelijke kerkenvisies. De middelen worden vanaf 1 januari 2019 beschikbaar gesteld aan gemeenten die voornemens zijn om zo’n integrale kerkenvisie op te stellen. De hoogte van de uitkering is gebaseerd op het aantal kerkgebouwen. Het betreft alle aanwezige kerkgebouwen, ook de niet-monumentale. Voor de uitkering – die loopt via het gemeentefonds – geldt de volgende verdeling:
            € 25.000,-voor 1 tot 19 kerken
            € 50.000,-voor 20 t/m 39 kerken
            € 75.000,-voor 40 of meer kerken
Nota bene, het is geen subsidieregeling voor afzonderlijke kerkgebouwen.

Elke Nederlandse gemeente kan eenmalig in de periode 2019-2021 een aanvraag indienen. De aanvragen lopen via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Aanvragen die ingediend worden vóór 15 februari ontvangen begin mei bericht van het ministerie van OCW of hun aanvraag is gehonoreerd. Gemeenten die tussen 16 februari en 15 juni een aanvraag indienen ontvangen medio augustus bericht van het ministerie van OCW over honorering van de aanvraag.

Doel kerkenvisie

Het primaire doel van de subsidieregeling voor CW is het behoud van (rijks)monumentale kerkgebouwen. Om dat doel te bereiken is het noodzakelijk om álle kerkgebouwen in samenhang te bezien: van alle tijden, van alle geloven, monumentaal en niet-monumentaal. De belangen van alle betrokken partijen (eigenaren, gemeenten, burgers en erfgoedorganisaties) worden daarbij onderling gehoord en gewogen. Cruciaal is dat de verschillende betrokken partijen op lokaal niveau de dialoog met elkaar aangaan.

Maatwerk  
Omdat vele kerkgebouwen (nog) in eigendom zijn van kerkbesturen, is een zekere vertrouwelijkheid bij het opstellen van een kerkenvisie een belangrijk aspect. Wel is het uitgangspunt dat de resultaten van de kerkenvisie publiekelijk moeten worden gedeeld.

Een gemeente kan eigen accenten stellen bij het opstellen van een kerkenvisie. Bijvoorbeeld kan een link worden gelegd naar erfgoedtoerisme, of kan de kerkenvisie een bouwsteen vormen voor de gemeentelijke omgevingsvisie.

Brochure

De RCE heeft hiervoor een handreiking samengesteld, getiteld ‘Bouwstenen voor een kerkenvisie”. Via onderstaande link is deze in te zien: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2019/01/01/bouwstenen-voor-een-kerkenvisie-handreiking-2019

Ondersteuning
Vanwege het maatschappelijke belang van het religieus erfgoed, is dit een belangrijk speerpunt van het Monumentenhuis Brabant. Onze organisatie is betrokken bij het opstellen van meerdere gemeentelijke kerkenvisie in onze provincie, zowel in opdracht van gemeenten als kerkbesturen. Wellicht kunnen wij u ook van dienst zijn. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met h.maas@monumentenhuisbrabant.nl

Tevredenheids- en wensenonderzoek dienstverlening Monumentenhuis Brabant

Enige tijd geleden is het onderzoek afgerond naar de dienstverlening van Stichting Monumentenhuis Brabant. Het onderzoek is uitgevoerd onder de ambtenarenmonumentenzorg van de Brabantse gemeenten met als doel te vernemen:

a)  in welke mate gemeenten tevreden zijn over de huidige dienstverlening van Stichting Monumentenhuis Brabant, dit is het provinciale steunpunt voor monumentenzorg en archeologie;
b) of het huidige dienstenpakket van Stichting Monumentenhuis Brabant aansluit bij de behoeften van de gemeenten i.c. wordt daarmee een relevante bijdrage geleverd aan het gemeentelijke monumentenbeleid;
c) of gemeenten bij de uitvoering van hun monumentenzorgtaak behoefte hebben aan nog andere dienstverlening door Stichting Monumentenhuis Brabant. Zoja, wat zijn dan de wensen?

63% van de gemeenten heeft aan het onderzoek deelgenomen.

Enkele bevindingen:

  • 49% van de gemeenten geeft aan dat er niet voldoende tijd besteed kan worden aan de gemeentelijke monumentenzorgtaak.
  • 74% van de gemeenten zegt te weinig kennis in huis te hebben voor de uitvoering van de gemeentelijke monumentenzorgtaak.
  • Bij capaciteits- of kennisproblemen zegt 46% van de gemeenten bepaalde werkzaamheden niet uit te voeren, of later uit te voeren (49%).
  • Het dienstverleningspakket van Stichting Monumentenhuis Brabant wordt door ruim 87% als goed ervaren.
  • De verschillende onderdelen van het dienstverleningspakket van het Monumentenhuis Brabant scoren tussen de 7 en 8.

Speerpunten komende tijd
Mede op basis van de onderzoeksresultaten zal het Monumentenhuis Brabant de komende jaren zich vooral richten op:

  • het ondersteunen gemeenten van bij beleidsontwikkeling (o.a. erfgoedvisie, gemeentelijke kerkenvisie);
  • gebiedsgerichte monumentenzorg / het inbedden van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening;
  • herbestemming van monumentaal erfgoed;
  • monumentenzorg en duurzaamheidsmaatregelen;
  • het ondersteunen van gemeenten bij de implementatie van de Omgevingswet.

Het complete onderzoek kunt u via onderstaande link lezen: http://www.monumentenhuisbrabant.nl/wp-content/uploads/2019/07/Tevredenheids-en-wensenonderzoek-2019_27-mei-2019-def..pdf

Overgangsregeling bij woonhuissubsidie rijksmonumenten

Op 6 mei 2019 is de ‘Subsidieregeling overgang afschaffing fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden’ gepubliceerd. Deze overgangsregeling, die door de Minister van OCW werd toegezegd, is bedoeld voor particuliere eigenaren die vóór 2019 zijn begonnen met een instandhoudingsproject aan hun rijksmonument en waarvan de werkzaamheden in 2019 doorlopen.

Kern van de overgangsregeling is een subsidie voor de kosten van in 2019 uitgevoerde werkzaamheden van het project, die door de Belastingdienst, Bureau Monumentenpanden, zijn vastgesteld als zogenaamde‘drukkende onderhoudskosten’.

De subsidieaanvraag dient te worden gedaan in 2020, in dezelfde aanvraagperiode en op hetzelfde aanvraagformulier als voor de woonhuissubsidie: van 1 maart tot en met 30 april 2020. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) behandelt de subsidieaanvraag en verleent de subsidie namens de Minister van OCW.

Meeri nformatie over de ‘Subsidieregeling overgang afschaffing fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden is te vinden op de website van RCE: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/subsidie-woonhuismonumenten/bent-u-voor-2019-gestart-met-een-project

Woonhuissubsidie vervangt fiscale aftrek voor particuliere eigenaren rijksmonumenten

Op dinsdag 18 december 2018 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel om de fiscale aftrek voor rijksmonumenteigenaren af te schaffen. Per 1 januari 2019 is, als alternatief voor die fiscale aftrek, een nieuwe subsidieregeling van kracht. Ook zijn er nieuwe mogelijkheden voor het laagrentend financieren van de restauratie en onderhoud van uw rijksmonument.

Nieuwe subsidieregeling
Eigenaren van een rijksmonument met een woonfunctie kunnen subsidie aanvragen voor  kosten die bijdragen aan de instandhouding van de monumentale onderdelen van het woonhuis-rijksmonument. Het betreft bijvoorbeeld schilderwerk, of het herstel van hemelwaterafvoer, het dak, voegen, kozijnen of de fundering. Elk jaar na afloop van de werkzaamheden kan er subsidie worden aangevraagd. De bijdrage bij deze regeling is 38% van het subsidiabele bedrag, dat wordt gebaseerd op de “Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten”. 

De subsidie kan worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,die ook de beoordeling en toewijzing doet. Een aanvraag kan jaarlijks ingediend worden tussen  1 maart en 30 april,volgend op het kalenderjaar waarin de subsidiabele kosten zijn gemaakt.  Op 1 maart 2020 kan de woonhuissubsidie voor het eerst worden aangevraagd (over het jaar 2019). Er is geen minimum- of maximum aanvraagbedrag. Wel moet een aanvrager bij een aanvraag van meer dan € 70.000,-een inspectierapport overleggen.

Nieuwe financieringsmogelijkheden
Voor de restauratie en onderhoud van het rijksmonument kan vanaf 1 januari 2019 100%van de instandhoudingskosten, ook op basis van de “Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten”,worden gefinancierd via een laagrentende lening van het Nationaal Restauratiefonds.Daarmee krijgt de monumenteigenaar zekerheid van een financiering voorafgaand aan de uitvoering van de plannen. Het rentepercentage is 1%, 10 jaar vast. 

Percentage onderhoudssubsidie monumenten verhoogd

Behalve de subsidie voor woonhuismonumenten, heeft het financiële tegemoetkomingsstelstel voor eigenaren van rijksmonumenten nog een wijziging ondergaan. Voor rijksmonumenten zoals molens, forten en kastelen kan voortaan meer onderhoudssubsidie worden gekregen. Vanaf 2019 krijgen eigenaren een bijdrage van 60% voor monumentaal onderhoud. Op dit moment is dat 50%.
 
De verhoging naar 60% geldt alleen voor nieuwe aanvragen die vanaf 2019 worden ingediend. Lopende subsidieaanvragen houden het percentage van 50% subsidie.