Omgevingswet

Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Onder het motto ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’ wil de overheid met de Omgevingswet de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen.

 

Gemeenten aan de slag

Ook de omgang met het cultureel erfgoed in onze leefomgeving wordt straks geregeld in de Omgevingswet. Al vóór de invoering van de wet moeten gemeenten aan de slag om een aantal zaken in te orde maken, ook specifiek voor cultureel erfgoed.

Door RCE is een publicatie uitgegeven waarin staat vermeld wat gemeenten minimaal moeten regelen, en waar rekening mee te houden (zowel voor als na de inwerkingtreding van de wet). Die publicatie kan hier worden gedownload:

Download 'Minimale acties cultureel erfgoed onder de Omgevingswet'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat verandert er op het gebied van cultureel erfgoed als de Omgevingswet in werking treedt?

  • Er wordt een brede definitie van cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving gehanteerd. Het gaat om (gebouwde en aangelegde) monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en ander cultureel erfgoed – roerend of immaterieel erfgoed – dat via het omgevingsplan aan een specifieke locatie te verbinden is, zoals een haven voor historische schepen of een corsowagenbouwplaats.

  • De structuurvisie van Rijk, provincie of gemeente wordt vervangen door de omgevingsvisie. In deze omgevingsvisie worden op hoofdlijnen de kwaliteiten van het grondgebied beschreven en de opgaven, ontwikkelingen, ambities en strategie voor de langere termijn voor bouwwerken, infrastructuur, cultureel erfgoed, bodem, lucht, natuur en andere aspecten van de fysieke leefomgeving.

  • Het omgevingsplan komt in de plaats van het huidige bestemmingsplan en de gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten gebeurt straks ook in het omgevingsplan.

  • Werelderfgoed wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het eerst expliciet wettelijk verankerd.

  • De gemeente wordt verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor het verstoren van archeologische rijksmonumenten, in het geval er sprake is van een meervoudige aanvraag (dus als er van de gemeente ook nog andere omgevingsvergunningen nodig zijn voor samenhangende activiteiten). De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geeft daarover wel een bindend advies.

  • In de Omgevingswet is geregeld dat in het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang niet alleen de minister van OCW maar ook de gemeente bodemverstorende werkzaamheden kan stilleggen.

 

getekend verslag_omgevingswet-Brabant-erfgoed-hr kleurfix.jpg